Lessen uit de Wijkaanpak

DSC02517Sociale (wijk)teams bestaan al langer. Binnen de wijkaanpak richtten sociale teams zich op de uitvoering van WMO taken. Vandaag de dag wordt de scoop verbreed. Wat kunnen we leren van de wijkaanpak?

In Rotterdam en Vlaardingen heb ik zelf met veel plezier gewerkt aan de ontwikkeling van de wijkaanpak. Er wordt doelgericht gewerkt. Problemen worden door de bewoners zelf aangegeven en in samenwerking met verschillende partners aangepakt. Er wordt maatwerk geleverd per wijk. Maar ook hier geldt: niet alles hoeft wijkgericht te worden opgelost. Soms is het goedkoper om generieke maatregelen te treffen.

Een goede analyse is altijd het uitgangspunt: wat is er in de wijk aan de hand? En vervolgens is de vraag: waar willen we naar toe? Wat is de gezamenlijke toekomst visie op de wijk? Deze visie is gericht op een periode van 10 jaar of langer.

In Vlaardingen werden in 2009 voor 5 wijken gebiedsvisies vastgesteld onder de gezamenlijke noemer: Buitenstad Vlaardingen. Zij werden ontwikkeld in nauwe samenwerking met bewoners, maatschappelijke instellingen en bestuurders en medewerkers van de gemeente zelf. Door gebruik te maken van ateliers en een goede sturing op het proces als geheel was deze klus binnen een half jaar geklaard. Dat was iets om trots op te zijn als zijnde verantwoordelijk directeur en ambtelijk opdrachtgever. De kracht van de stuurgroep Actieplan Wonen en de goede samenwerking met de gebiedsmanagers waren belangrijke succesfactoren.

In aansluiting op de wijkvisies zijn doelen bepaald (in de vorm van gebiedsprogramma’s met een looptijd van 4 jaar) die op hun beurt weer vertaald werden naar jaarplannen met maatregelen en acties. Om tot een goede monitoring van de resultaten te komen is een o.a. een leefbaarheidsmonitor ontwikkeld.

In Vlaardingen is er niet voor gekozen om met sociale teams te werken. Waarschijnlijk hangt dit samen met de rol van de stuurgroep Aktieplan Wonen die gevormd wordt door 2 gemeente bestuurders en 2 corporatie directeuren. De regie over de uitvoering van de leefbaarheidsprogramma’s lag daarbij niet alleen bij verschillende wethouders, maar ook bij de corporaties. ¬†Een van de lessen uit de wijkaanpak die mij aanspreekt is dan ook: houd de aansturing en financiering eenvoudig om zo daadwerkelijke integratie mogelijk te maken (zie ook www.platform31.nl/nieuws/3-decentralisaties).

Maar vereenvoudiging van regelgeving en financiering alleen is onvoldoende om tot samenwerking te komen. Naast formele afspraken aan de voorkant is er ruimte nodig voor de uitvoering. Ruimte om te leren en te experimenteren. Dat geldt zeker ook voor de sociale teams. Het zal nog een hele klus worden om zorgtaken en taken met betrekking tot participatie toe te voegen een WMO taken waarmee sociale teams al eerder vertrouwd waren.

De keuze die gemaakt wordt voor het wel of niet werken met sociale teams hangt nauw samen met het type opdrachtgeverschap dat gemeenten gaan kiezen nu de zorg taken worden gedecentraliseerd. Ik verwacht dat het bredere takenpakket van gemeenten er toe zal leiden dat gemeenten anders gaan sturen en meer gaan faciliteren (governance). Daarbij zullen er gemeenten zijn die inzetten op versterkte samenwerking (en gebiedsgerichte financiering in combinatie met sociale teams) of het ondersteunen van burgerkracht (informatiedelen en PersoonsGebondenBudgetten). De situatie zal hier leidend moeten zijn evenals de zelfredzaamheid van de burger.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *